De Crooner komt er aan

Het genre gold lange tijd als muziek voor ‘ouwe zakken’, maar tegenwoordig is croonen hip en helemaal terug op plaat en podium.

Lange tijd werd het genre in het beste geval bestempeld als zwoele nachtclubmuziek en in het slechtste geval als gedateerd geneuzel van ouwe zakken.

De crooner - volgens Van Dale een ‘liedjeszanger die niet luidop maar half neuriënd of declamerend zingt, met de mond vlak voor de microfoon’ - beleeft een opmerkelijke wederopstanding.

Jonge zangers als Michael Bublé, Matt Dusk en Harry Connick jr. en, dichter bij huis, Vlaming Helmut Lotti, hebben de muziekstijlomarmd, waarvan Frank Sinatra zonder twijfel de belangrijkste vertegenwoordiger was. En met succes.

Bovendien bereiken legendarische crooners als Paul Anka en Tony Bennett, 80 jaar oud inmiddels, een jong publiek door popsongs in een stijlvol jasje te steken of duetten met Paul McCartney, Elton John en Billy Joel. Wie zijn carrière nieuw leven wil inblazen, kan, zoals Rod Stewart en Barry Manilow, een greep doen uit de schatkist van duizenden romantische en sentimentele composities die het genre rijk is.



Lee Towers (Leen Huyzer, 60) geldt nog altijd als de Nederlandse crooner bij uitstek, al haast hij zich te zeggen dat ook altijd soul, rock en country deel uitmaken van zijn oeuvre dat 36 albums omvat. ,,Een echte crooner uit ons land vind ik Wim Koopmans, de Nederlandse Tony Bennett. Hij kan in een kleine ruimte een heerlijk jazzy, easy listening-sfeertje scheppen. Alsof hij bij je op visite is.’’

Een crooner komt volgens Huyzer het beste tot zijn recht in juist een intieme omgeving. ,,Dat zag je met Frank Sinatra. Als die in The Sands in Las Vegas optrad, voor een paar honderd gasten, was hij in z’n element. Op het moment dat het stadionwerk wordt, kun je eigenlijk niet meer van crooning spreken. Daarom vind ik Robbie Williams geen crooner: daarvoor zijn zijn optredens te heftig, te groot, te uitbundig.’’

Natuurlijk, ook zijn ‘eigen’ Ahoy was een sportpaleis, maar: ,,Als ik Mister Bojangles zong, kon je een speld horen vallen. Ik heb een publiek dat bij New York, New York op de banken staat, maar bij zo’n prachtstuk houdt iedereen zijn mond. Dan weet je die stemming, dat speciale croonergevoel op te roepen.’’

Daarbij - crooning is volgens Huyzer bijna een ‘levensstijl’. ,,‘So I walk a little too fast, and I drive a little too fast. And I’m reckless it’s true, but what else can I do at the end of a love affair...’ Prachtig toch? Je ziet iemand in de kroeg zitten die zo’n verhaal vertelt aan de barkeeper, die enige hij vertrouwt. ‘He, zet dat muziekje nog eens op en schenk me nog eens in. Want het is toch allemaal maar klote.’ Ja, het is bijna blues.’’



Lee Towers,  wil ooit nog eens een album maken met ‘heel verstilde Sintatra-vertolkingen als It was a very good year’.

,,En Elvis, hè. Het is dertig jaar geleden dat The King overleed. Elvis was, zeker op het eind van zijn carrière, een ware crooner. Maar hij had toen ook echt wat te vertellen.’’


Bekendste Crooners :
Tony Bennett: Donkerbruine, intieme stem. Croonhit: I left my heart in San Francisco.
Andy Williams: All American Boy met sentimenteel stemgeluid. Croonhit: Love Story.
Lee Towers: Zette het croonen in Nederland op de kaart. Croonhit: Send in the clowns. Frank Sinatra: Keizer der crooners. Zong alsof hij aan de keukentafel praatte. Croonhit: It was a very good year. Engelbert Humperdinck: Open blouse, borsthaar en gouden keten. Croonhit: Release me. Bing Crosby: Olijke oogopslag, grappig hoedje. Croonhit: Danny Boy. Tom Jones: Overjarig, maar geliefd seksidool. Croonhit: Green, green grass of home.


Dean Martin: Playboy met voorkeur voor een neutje. Hit: Everybody loves Somebody